danst voor het oog van de mooie Ooij
de stad.
Hij heeft door de eeuwen heen
nog nooit oog voor een ander
gehad.
Zij spint en speldt met de jaren
haar gewaden en haren almaar anders
voor hem.
En ik lijk,
ik lijk kleiner
en kleiner bij het kijken,
oh, ik lijk te bezwijken!
Bekoren, bevaren, bestuiven, bezaaien,
behagen, bevliegen, bewegen,
Nijmegen.
Zij begroeit, overwoekert hem
weer en weer met weer
en hij
Hij maakt zijn paden,
zij laat hem zijn paden maken
in haar
in
bekoren, bevaren, bestuiven, bezaaien,
behagen, bevliegen, bewegen,
Nijmegen.
En ik lijk,
ik lijk kleiner
en kleiner bij het kijken,
oh, ik lijk te bezwijken!
Bekoren, bevaren, bestuiven, bezaaien,
behagen, bevliegen, bewegen,
Nijmegen.
Nijmegen.
Ooij, wat ben
je mooi.
pepé: lettermenger.
[20sep2010]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten